Steeds meer bedrijven schakelen tijdelijke medewerkers in. Maar welk statuut is financieel het interessantst? Is een flexijobber goedkoper dan een student? En hoeveel duurder is een gewone uitzendkracht?
Het antwoord is belangrijk voor werkgevers die hun personeelskosten willen optimaliseren zonder in te boeten op flexibiliteit.
Belangrijk om te weten is dat iedereen die bij je in dienst komt ofwel een arbeider of een bediende is, afhankelijk van jouw paritair comité. Daarnaast gaan we kijken naar de persoonlijke situatie van de werknemer. Indien deze als hoofdtaak naar school gaat, kan de medewerker aan de slag met een voordelig statuut zoals 'jobstudent'. Dan is deze medewerker dus ‘jobstudent arbeider’ of ‘jobstudent bediende’. Dit statuut kost het minst aan de overheid dus is ook het goedkoopst om in dienst te nemen binnen jouw bedrijf.
Mag jij met jouw bedrijf aan de slag met flexi-statuten van de overheid, dan dient jouw medewerker daarnaast ook aan de voorwaarde te voldoen. Dit is in het kort gezegd: drie kwartalen geleden ⅘ of voltijds aan de slag was bij een andere werkgever dan jouw bedrijf. Uiteraard zijn er nog andere voorwaarden waar je rekening mee dient te houden. Deze vind je allemaal terug op https://support.payroller.com/wat-zijn-de-regels-omtrent-het-inzetten-van-flexi-medewerkers. Klopt alles? Dan wordt de medewerker ‘flexi arbeider’ of ‘flexi bediende’, opnieuw afhankelijk van jouw paritair comité.
Zijn beide bovenstaande voorwaarden niet in orde(niet schoolgaand of onvoldoende werktijd 3 kwartalen geleden), dan zal de medewerker aan de slag moeten gaan als een RSZ-plichtige en dient deze belastingen te betalen op zijn of haar loon. De medewerker zal dan in dienst genomen worden zonder belastingvoordeel statuut. Dit is het duurste statuut, aangezien er hier kosten bijkomen zoals patronale lasten, vakantiegeld, bedrijfsvoorheffing etc.
Wanneer alle medewerkers via een interimkantoor worden ingezet, is de kostenstructuur meestal als volgt:
|
Statuut |
Relatieve kost |
|---|---|
|
Student |
€ |
|
Flexijobber |
€€ |
|
Reguliere uitzendkracht |
€€€ |
Een jobstudent is doorgaans de goedkoopste oplossing, gevolgd door een flexijobber. Een reguliere uitzendkracht is meestal de duurste optie door de hogere sociale lasten en bijkomende werkgeverskosten die worden doorgekregen.
Standaard gezien zitten onderstaande kosten inbegrepen in een all-in prijs die het interim kantoor zoals Payroller dient door te factureren:
De sociale lasten daarentegen zijn dus verschillen per statuut. Hierdoor ontstaat ook een verschil in de uiteindelijke factuur.
Voor studenten gelden verlaagde sociale bijdragen. Daardoor is de totale kost voor het interimkantoor lager, wat resulteert in een lagere factuur voor de klant.
Flexi-jobbers genieten eveneens van een gunstig sociaal regime, maar de werkgeversbijdrage ligt hoger dan bij studenten. Daarnaast ontvangen zij wél vakantiegeld, maar geen eindejaarspremie voor hun inkomsten als flexi. Daarnaast zijn flexi’s altijd medewerkers die reeds minstens 4/5e werken of op pensioen zijn. Zij zijn dus een stuk professioneler en hebben meer werkervaring dan studenten.
Voor een gewone uitzendkracht zijn de klassieke sociale bijdragen verschuldigd, waardoor dit meestal de duurste formule is.
Stel dat drie kandidaten hetzelfde werk uitvoeren en allemaal een loonwaarde hebben van €15 per uur.
De factuur van het interimkantoor zal doorgaans in deze volgorde liggen:
|
Type medewerker |
Indicatieve kostindex |
|
Student |
100 |
|
Flexijobber |
110 - 125 |
|
Reguliere uitzendkracht |
130 - 160 |
Met andere woorden:
De exacte percentages verschillen per sector, interimpartner en cao.
Een student is vaak de meest budgetvriendelijke optie wanneer:
Typische functies:
Hoewel een flexijobber vaak iets duurder is dan een student, kiezen veel werkgevers bewust voor dit statuut.
Redenen:
Voor functies waar snelheid en ervaring belangrijk zijn, kan een flexijobber uiteindelijk rendabeler zijn ondanks de iets hogere kost.
Een reguliere uitzendkracht blijft vaak noodzakelijk wanneer:
Hoewel dit doorgaans de duurste optie is, biedt het ook de grootste vijver aan kandidaten. Daarnaast zijn er ook sectoren die geen flexijobs toelaten, waardoor de keuze voor professionele profielen met werkervaring al snel naar een reguliere uitzendkracht gaat.
De goedkoopste optie is niet altijd de meest interessante. Veel bedrijven hanteren daarom deze volgorde:
➡️ Student
➡️ Flexijobber
➡️ Reguliere uitzendkracht
Daardoor ontstaat vaak een mix van verschillende statuten binnen één organisatie.
Wanneer alle kandidaten via een interimkantoor worden ingezet, blijft de rangorde meestal dezelfde:
Voor werkgevers die zoeken naar de beste verhouding tussen kostprijs, flexibiliteit en productiviteit, blijkt de flexijobber vaak een bijzonder interessante keuze. Hoewel de factuur iets hoger ligt dan bij een student, wordt dat verschil regelmatig gecompenseerd door een hogere productiviteit, meer ervaring en een grotere inzetbaarheid.
Wat kost een flexijobber dus ten opzichte van andere statuten?
Binnen interimarbeid is een student meestal het goedkoopste statuut, gevolgd door een flexijobber. Een reguliere uitzendkracht is doorgaans het duurst door de hogere sociale lasten. Een flexijobber kost vaak 10% tot 25% meer dan een student. Een reguliere uitzendkracht kost vaak 20% tot 40% meer dan een flexijobber. Het verschil tussen een student en een reguliere uitzendkracht kan oplopen tot meer dan 50%.